EEN ONEINDIGE HERHALING

VAN LEVEN EN DOOD

Gabriel Lester ‘Holes in the Sky’ – 6 september t/m 20 december 2020, Machinery of Me

●●●●○

22-01-2021 - Astrid Meijs

_41A3040©EVA-BROEKEMA.jpg

Gabriel Lester, Starstruck (2020). Beeld Eva Broekema

De expositie ‘Holes in the Sky’ in Machinery of Me gaat over het omarmen van leven en dood en het leven in het hier en nu. Alles en iedereen ontstaat, is er een tijdje en vergaat dan weer. Een eeuwig durende kringloop van leven en dood.

Gabriel Lester (Amsterdam, 1972) laat de bezoekers middels twee originele, unieke en gelaagde werken in aanraking komen met deze thema’s. Volgens curatoren Maarten Verweij en Rieke Righolt roept de expositie vragen op over leven en dood, schoonheid en destructie op een locatie in transitie. Na het zien van deze tentoonstelling sta je als toeschouwer weer met beide benen op de grond. We komen en gaan. Niks is een moment hetzelfde. Alles is aan verandering onderhevig en iedereen bewandelt zijn eigen levenspad.

Sinds de oprichting in 2019 nodigt de Arnhemse presentatieruimte Machinery of Me hedendaagse kunstenaars uit om nieuw werk te ontwikkelen met de locatie van de instelling als vertrekpunt. Het voormalig defensieterrein midden in het bos is ditmaal overgeleverd aan Gabriel Lester. Het oeuvre van Lester bestaat uit films, sculpturen, performatief werk en installaties. Hij houdt van verhalen vertellen en omgevingen creëren die als voorstel dienen voor een manier waarop je je tot de wereld kunt verhouden. Zijn proces bij Machinery of Me resulteerde in de tentoonstelling ‘Holes in the Sky’ en bestaat uit een lichtinstallatie genaamd ‘STARSTRUCK’ en een video met de titel ‘THE END’.

Ik sla de dikke gordijnen open, loop het trapje af en kom terecht in een verduisterde ruimte. Langzaamaan wennen mijn ogen aan het donker en zie ik midden in de ruimte een reservoir tevoorschijn komen. Er vallen druppels naar beneden. Ze breken herhaaldelijk het oppervlak waardoor eindeloze, willekeurige lichtpuntjes ontsteken en weer uitdoven. “Niet aanraken”, werd nadrukkelijk bij de ingang gezegd. Een eigenwijze medetoeschouwer trekt zich er niets van aan en steekt haar hand in de bak. Aan haar hand kleeft een viskeuze zwarte vloeistof die ze vervolgens tevergeefs aan haar broek afveegt. Ze verlaat de ruimte. Mijn neus wordt geprikkeld door de geur van olie. Met het gebruik van olie refereert Lester naar de voormalige functie van de ruimte als machinekamer waarin oliegestookte verwarmingsinstallaties de gebouwen op het kazerneterrein van warmte voorzagen.
Mijn gedachten dwalen af naar besmeurde vogelvleugels door olierampen. Ook ga ik nadenken over mijn bestaan, ik besef dat ik enkel een druppeltje op een hete plaat ben, die even verschijnt en daarna weer verdwijnt in de kolkende, dikke massa. Eenmaal terug in het licht van de gang galmt de klank van de vallende druppels nog na.

Dan is het tijd voor een volgend avontuur. Ik stap een donkere kelder binnen. Het voelt klam en koud aan. Er staan drie stoelen op een rij in het midden van de ruimte waar mijn medeaanschouwers en ik gebruik van maken. Ik laat een op de muur geprojecteerde video op me inwerken. Al snel merk ik dat dit werk me bekend voorkomt. Lester heeft toch speciaal voor deze tentoonstelling nieuw werk gemaakt? Ik voel me lichtelijk bedrogen als blijkt dat ‘THE END’ een re-edit is van het werk ‘AEON’ dat ik al in 2017 in het Groninger Museum gezien heb. Desondanks is het me niet zonder reden bijgebleven.

still1.jpg

Gabriel Lester, The End (2020). Beeld Eva Broekema

Ik laat me meevoeren door het beeld van een zwarte touringcar die door een lijkbleke bestuurder door het bos geleid wordt. De koplampen verlichten de bomen die aan weerszijden van het zandpad opduiken. De stille nacht wordt verstoord door de luide, ronkende motor van de bus. Ik denk opnieuw aan de olieraffinaderijen die ons milieu verwoesten. De lege bus wordt gevuld met een rondvliegende kraai. Het oneindige pad doet me denken aan de fietstocht hiernaartoe. Als ik hieraan terugdenk begrijp ik waarom Lester ‘AEON’ als uitgangspunt heeft gebruikt voor ‘THE END’. Vanuit de stad waande ik me in een steeds bosrijker gebied. Eindeloze lanen met bomen aan weerszijden brachten me naar de video waar ik diezelfde eenzame boswegen wederzie, dit keer bij nacht. Ik kom oog in oog te staan met de bestuurder. Hij komt me halen. Een trip zonder begin en eind voert me mee.

still3.jpg

Gabriel Lester, The End (2020). Beeld Eva Broekema

Flitsen aan levensherinneringen passeren de revue. De koplampen blijven me achtervolgen. Oog in oog met leven en dood. Ik kan me niet meer verschuilen. Het onheilspellende geluid van de bus komt steeds dichterbij. Op dat moment besef ik dat ik me gelukkig in een veilige bunker begeef. Ik kom weer terug in het hier en nu. ‘AEON’, vermomd als ‘THE END’, heeft me ondanks haar slinkse verschijning voor een tweede keer weten te pakken. De locatie en de fietstocht naar deze locatie toe, geven het werk een nieuwe lading.

Lester slaagt erin mij opnieuw aan het denken te zetten. Het leven is constant aan verandering onderhevig. Het is een aaneenschakeling van indrukken, ervaringen en avonturen. Ik stap weer op mijn fiets. Een belevenis rijker. Ik voel me lichter. Of komt dat omdat ik nu berg af ga?