Caz.jpg

‘NARREN MAKEN HET LEVEN DRAAGLIJK’ IN GESPREK MET KUNSTENAAR CAZ EGELIE 


22-01-2021 - Astrid Meijs
 

Caz Egelie (1994) maakt kleurrijke sculpturen, kostuums, performances en 3D-animaties. Door dit te combineren ontstaan er levende installaties. In 2018 studeert hij af aan de HKU in Utrecht, richting Fine Art. Het jaar ervoor rondde hij de opleiding Fine Art & Design in Education af. Sinds die tweede keer afstuderen leerde ik Caz kennen. Ik liep mee als performer in zijn afstudeerwerk ‘She’s been in the bizz for years, 2017’.

cd20181014-_mg_5909.jpg

Caz Egelie, She's been in the bizz for years, 2017

 

We spreken elkaar in zijn atelier aan huis in Utrecht, waar hij samen met andere kunstenaars het stadsdeel Leidsche Rijn opfleurt. Ik bel aan en kijk door een grote glazen wand naar binnen. De lange, lichte gang hangt vol kunst en er staan sculpturen in de ruimte. Dan verschijnt de altijd goed geklede Caz. Hij maakt een plekje voor me vrij op de bank door een stapel kostuums aan de kant te schuiven. Zijn atelier is bezaaid met rekwisieten voor de performance bij UtrechtDownUnder die hij aan het voorbereiden is. Er staat ook een loopband, die hij niet gebruikt om te sporten, maar als onderdeel voor de performance. “Je kan door de coronamaatregelen niet makkelijk door het publiek lopen”, vertelt Caz. Daarom bedacht hij een scene op een loopband waarin een zingende performer in het proces van aankleden is blijven hangen en nonchalant, in slow motion, over de loopband loopt in een ruimte waar hij omringt is door objecten.


Caz heeft het niet van een vreemde, zijn beide oma’s waren coupeuse. "Ik heb van jongs af aan met een naaimachine leren omgaan", vertelt hij. “Als kind leer ik al te experimenteren met verschillende materialen. In de vijfde klas van de middelbare school ging ik met mijn moeder op vakantie naar Zweden. In het Moderna Museet in Stockholm kwam ik voor het eerst in aanraking met moderne kunst. Vanaf dat moment besefte ik dat er mensen zijn die aan het maken zijn, omdat ze hier een passie voor hebben. Dit is het startpunt geweest om dat zelf ook te gaan doen en te beginnen als beeldend kunstenaar.”

In zijn maakproces wordt Egelie geïnspireerd door de Commedia dell’Arte en Middeleeuwse schilderkunst. Daarnaast gebruikt hij de scenografie en het kostuumdesign van BAUHAUS en modernistische sculpturen als inspiratiebron in zijn kleurrijke kunst. Zijn multidisciplinaire oeuvre zit vol met kunsthistorische referenties en individuele werken die naar elkaar verwijzen. Als een moderne hofnar bekritiseert Caz de hedendaagse kunstwereld waarbij hij met behulp van zijn kunst de rol van satiricus vervult.

Caz vertelt dat hij bestaande kunst als uitgangspunt neemt en geïnteresseerd is in het geconstrueerde. “Of het nou een sculptuur is die al bestaat of een rol die we moeten aannemen in een bepaalde situatie. Ik vind het bij performances bijvoorbeeld altijd leuk als je naar een performer kijkt waarvan je ziet dat hij niet per se getraind is. Dat hij zich dan soms even ongemakkelijk voelt voor het publiek of een noot verkeerd zingt. Bij dat soort momenten zie je duidelijk dat het geconstrueerd is en dat we niet naar een toneelstuk kijken waar we alles moeten geloven.”

De parallelle kunstwereld van Caz Egelie
“In de huidige kunstwereld wordt veel waarde gehecht aan originaliteit en imago. Als toeschouwer daarentegen wordt van je verwacht dat je als blanco canvas een museum of galerie binnenstapt.”
“In mijn parallelle kunstwereld mag de kunstenaar frauderen en mag hij een beetje doen alsof. De bezoeker wordt uitgedaagd eigen keuzes te maken tijdens een museumervaring. Ook gaat de toeschouwer de interactie aan met de kunst als mens en neemt hierbij alles mee wat hij heeft meegemaakt die week of maand of jaar. Emoties mogen worden toegelaten. Daardoor spreken sommige werken meer aan dan andere en mag de bezoeker alles wat hij niet wil zien skippen.”

cd20181014-_mg_5962.jpg

Caz Egelie, Now I'm playing the victim, now I'm playing the killer, 2018


“Ik wil met mijn performances de aandacht van de bezoekers pakken, op een subtiele manier verstorend zijn in de ruimte. Ik wil ervoor zorgen dat ze zich aangesproken voelen, onderdeel worden van mijn werk en zelf keuzes maken. Dat gebeurt bijvoorbeeld bij het werk ‘Now I'm playing the victim, now I'm playing the killer’. Hierbij wijst de performer letterlijk naar de bezoeker, waardoor hij zich aangesproken voelt en denkt: ‘O, moet ik kijken, of wil hij dat ik die kant op ga, moet ik hier iets mee doen, of zal ik snel weglopen?’.”

“Ik wil hiermee de vierde wand doorbreken. Als ik alleen mijn sculpturen, schilderijen en installaties zou tonen kan iedereen ernaar kijken op de manier waarop ze dat gewend zijn. Performances helpen om duidelijk te maken dat kunst meer is dan dat.”

Van 3D-animaties tot levend kunstwerk
“Ik maak mijn werk vaak eerst digitaal en daarna in het echt. 3D-animeren is als een natuurlijke taal voor me, ik zie het als schetsen. Het digitale werk vind ik alleen spannend als het een relatie aangaat met de echte wereld. Zoals bij het videowerk ‘An artist’s studio’, waarbij ik de studio van een van mijn alter ego’s laat zien. Tijdens een expositie van dit werk staat er een Lidl-tas in de ruimte die ook in de video voorkomt. Dan krijg je mooi dat spanningsveld tussen digitaal en analoog.”
“Sinds kort ga ik ook andersom te werk. Ik ben bezig met een 3D-geanimeerde versie van ‘She’s been in the bizz for years’. Een zangperformance die zich dan niet alleen door een fysieke exporuimte kan begeven, maar ook door een digitale expositie. Coronaproof zullen we maar zeggen.”

Alles in één: beeldend kunstenaar, educator en curator
“Ik benader alles wat ik doe als kunstenaar. Elke expositie die ik cureer is voor mij een installatie die ik opbouw met andermans werk. Daarnaast probeer ik mijn studenten mee te nemen in mijn eigen kunstenaarschap. Ik neem ze mee naar mijn tentoonstellingen en nodig ze uit op mijn atelier. Hierbij laat ik ook mijn strubbelingen als maker zien. Tijdens de docentenopleiding kwam ik er snel achter dat ik op mijn eigen manier les wil geven en niet in een lerarenrol met bijpassende jas wil stappen. Ik wil gewoon mezelf kunnen zijn als artist educator. Als ik nu lesgeef is dat mijn voorwaarde. Ik wil er niet als docent heen gaan, maar als kunstenaar.”

Bijzondere samenwerkingen
“Ik werk bijna nooit alleen. Ik verzamel kunstenaars, dansers en performers om me heen waarmee ik groepstentoonstellingen en performances maak. Ook nodig ik wel eens objecten uit om mee samen te werken. Ik heb bijvoorbeeld een bijzondere band met een bronzen beeld van beeldend kunstenaar Karin Oude Alink op de Maliebaan in Utrecht. Het is een soort personage voor me geworden. De zelfgemaakte 3D-scan van het beeld komt als figurant in verschillende verschijningsvormen terug in mijn tentoonstellingen. Vaak is hij roze en een enkele keer groen. Ik weet niet precies waar hij voor staat, maar ik krijg wel altijd een bepaalde energie van dat werk.”
“Hetzelfde gevoel krijg ik als ik samenwerk met fictieve kunstenaars, of kunstenaars die ik persoonlijk niet ken. Bepaalde karakters komen steeds terug, zoals de kunstcriticus (The Critic). Op dit moment onderzoek ik hoe ik die fictieve kunstenaars kan inzetten om een diffusiteit van auteurschap te krijgen. Bij de ‘The Critic’ wil ik samen met drie andere kunstenaars auteurschap nemen over het werk van het karakter. Zodat we het alter ego van ‘The Critic’ met z’n vieren kunnen delen en kunnen doen alsof we de opdracht hebben gekregen om dit uit te voeren van een soort hoger wezen: ‘The Critic’.”

Replica’s
“Soms neem ik ook het werk of een idee van iemand anders als uitgangspunt, bijvoorbeeld de ‘soft sculptures’ serie van beeldend kunstenaar Claes Oldenburg. Hij maakte een serie sculpturen van zachte en flexibele materialen over objecten die normaliter hard zijn. In mijn eigen serie replica’s van sculpturen gemaakt door andere kunstenaars, heb ik ook gebruik gemaakt van zachte materialen, waaronder pluche. Hiermee wil ik de toeschouwer aan het denken zetten en uitdagen over onderwerpen als eigendom, authenticiteit en originaliteit.”

Welk werk van jezelf staat het dichtste bij je?
“Mijn lievelingssculptuur ‘Constant In - Maiastra (after Brancusi)’ staat momenteel in mijn woonkamer. Het is een replica van een sculptuur van Brancusi die tentoongesteld wordt in het MoMa (New York). Ik heb het werk daar gescand en hier op ware grote uitgeprint. De sculptuur gaat voor mij in op de relatie tussen reproductie en het maken van een nieuw werk. Tijdens de expositie van het werk hangt er meestal een kostuum overheen en fungeert daarmee ook als gebruiksvoorwerp, als kapstok.”

DSC_6460.00_18_54_10.Still060-10.jpg

Caz Egelie, Constant In - Maiastra (after Brancusi), PLA 3D print, acrylic resin, wood and pigment, 2020

Wat wil je bereiken, wat is je droom?
“Ik ben een voorstander van heel groots dromen, dat geeft mij ambitie. Ik probeer mijn dromen zo vaak mogelijk uit te spreken wanneer de situatie zich aandient. Zo kunnen er snel bruggetjes gelegd worden. Een half jaar na mijn afstuderen ging mijn grootste droom al in vervulling. Ik mocht een aantal performances uitvoeren bij Palais de Tokyo. ‘Wat valt er nu nog meer te dromen’, dacht ik toen. Op dit moment is mijn grootste droom een solo expositie, carte blanche, bij Palais de Tokyo. Fantastische ruimtes vullen, met veel budget en publiek. Wat me ook heel leuk lijkt is een presentatie op de Biënnale van Venetië en exposeren bij Skulptur Projekte Münster en Centre Pompidou.”
“Daarnaast lijkt het me heel tof om het kostuumontwerp en de vormgeving voor de Nationale Opera te mogen doen en wil ik heel graag samenwerken in een performance met actrice Tilda Swinton.”
"Blijkbaar werkt het om je dromen uit te spreken, want ik ga lesgeven bij de docentenopleiding op ArtEZ! Een droom die recent is uitgekomen."

In het hier en nu
“De coronatijd brengt veel rust. Dat zie ik ook terug in mijn werk. Er ontstaat tijd voor handwerk, zoals borduren en weven. Ik heb nu meer tijd om mezelf te ontwikkelen en vrij werk te maken. Meer werken met oog voor detail in plaats van alleen maar bezig zijn met de grote lijnen en deadlines. Dat vrije werk komt dan altijd weer van pas bij nieuwe tentoonstellingen en performances.”